Gelieve contact met ons op te nemen.
U zult zo snel mogelijk een antwoord ontvangen.
De reis van Enrico Monari eindigde niet aan de Noordkaap. Na 4.711 kilometer en 62 dagen onderweg betekende de aankomst bij de beroemde wereldbol van Nordkapp een belangrijke mijlpaal, maar zijn avontuur was nog niet voorbij. Van daaruit vertrok Enrico opnieuw, samen met Roberta, en voegde hij nog eens 1.200 kilometer toe aan een ervaring waarover hij ons met veel emotie vertelde.
Van alle momenten die hij beleefde, is er één waaraan Enrico met bijzondere intensiteit terugdenkt: het einde van de weg, op de Lofoten-eilanden.
Na in totaal bijna 6.000 kilometer met de fiets te hebben afgelegd, was het moeilijkste moment om te aanvaarden niet een beklimming, een regenachtige dag of een van de vele onverwachte gebeurtenissen onderweg. Het was het besef dat de reis nu echt ten einde was. De volgende dag zou hij de ferry naar Bodø nemen en van daaruit terugvliegen naar Italië.
“Het voelde als een steek in mijn hart. Als ik eraan terugdenk, krijg ik nog steeds tranen in mijn ogen. De Noordkaap bereiken was prachtig, maar na al die kilometers aan het einde van de weg aankomen, was een unieke en intense emotie.”
Toen Enrico vertrok, dacht hij dat hij zijn reis op sociale media alleen zou delen via enkele foto’s en af en toe een update. Maar toen hij merkte dat de belangstelling voor zijn avontuur steeds groter werd, begon hij regelmatiger te delen wat hij onderweg beleefde. Uiteindelijk bereikte hij ongeveer 11.000 volgers in Italië en daarbuiten.
Sommigen begonnen hem te volgen nadat ze hem onderweg persoonlijk hadden ontmoet. Een van hen was Benjamin, een dertiger die Enrico leerde kennen terwijl hij vanaf een brug aan het vissen was. Hun gedeelde passie voor avontuur groeide uit tot een vriendschap. Samen brachten ze verschillende avonden door rond het vuur, terwijl ze de vers gevangen vis bereidden. Of Joaquine, tweeëntwintig jaar oud, die Enrico ontmoette terwijl hij op een Graziella-fiets door Noorwegen trok, op weg naar Duitsland om zijn vriendin te ontmoeten.
Heel verschillende ontmoetingen, die soms maar enkele uren en soms enkele dagen duurden, maar die net zo goed deel van de reis werden als de plaatsen waar hij doorheen trok.
Er was een moment waarop alles echt dreigde stil te vallen: in Berlijn, toen zijn fiets het begaf.
Enrico moest met het vliegtuig terug naar San Felice sul Panaro om een nieuwe fiets te regelen en keerde zo snel mogelijk met de trein terug naar Berlijn. Het waren slechts enkele dagen, maar wel bijzonder intens. Hij sliep en at nauwelijks en had maar één gedachte: de reis hervatten vanaf het punt waar die was onderbroken.
Nadat hij zijn tent en uitrusting had teruggehaald, laadde hij alles op zijn nieuwe fiets en vertrok hij de volgende ochtend opnieuw. Die dag fietste hij 148 kilometer, bijna zonder het te beseffen. Niet veel later zou Finland hem opnieuw op de proef stellen.
Daar bracht hij twee dagen door in een gebied dat volledig door bossen was omgeven. Hij kreeg veertien lekke banden en moest uiterst zorgvuldig omgaan met de weinige proviand die hij bij zich had: één drinkfles water en een Mars-reep, verdeeld in vier kleine porties. Rondom hem waren meren, muggen, rendieren, elanden, vossen en zelfs borden die waarschuwden dat kamperen in bepaalde gebieden verboden was vanwege de aanwezigheid van adders.
Het waren ook deze momenten die hem deden beseffen hoe anders hij zijn omgeving kon beleven door met de fiets te reizen. Tijdens het fietsen had hij de tijd om rustig te observeren, de geuren van de natuur in zich op te nemen en zich werkelijk onderdeel te voelen van de landschappen waar hij doorheen reed. Sensaties die hij met de auto of motor nooit met dezelfde intensiteit had kunnen ervaren.
Voor de wereldbol van de Noordkaap, na 4.711 kilometer vanuit San Felice sul Panaro, raakte Enrico geëmotioneerd. Een overweldigend gevoel, na weken van fietsen, regen, wind en onverwachte gebeurtenissen, maar ook van ontmoetingen, ontdekkingen en mooie momenten.
De Noordkaap betekende tegelijkertijd het begin van een nieuw hoofdstuk van het avontuur. Roberta voegde zich bij hem in Honningsvåg en vanaf dat moment zetten ze hun reis samen voort richting de Lofoten-eilanden. Enrico vertraagde zijn tempo: van ongeveer honderd kilometer per dag ging hij naar etappes van 45 tot 50 kilometer en paste hij zich aan een totaal andere manier van reizen aan. In vijfentwintig dagen legden ze samen ongeveer 1.200 kilometer af.
De meeste nachten brachten ze door op campings, maar wanneer de locatie het toeliet, kampeerden ze rechtstreeks op het strand, op slechts enkele stappen van de zee. ’s Avonds zochten ze hout om een vuur te maken, want de kou liet zich voelen en de temperatuur daalde soms tot zeven of acht graden. Het vuur werd zo de eenvoudigste manier om zich op te warmen en de dag af te sluiten, met het geluid van de zee op de achtergrond.
Een van de beelden die Enrico uit die dagen bijblijven, is een houten wandelpad dat over de berg loopt en plots uitzicht biedt op de fjord, een van die plekken waar hij zich volledig ondergedompeld voelde in de natuur. En dan was er nog de terugkeer naar de Noordkaap samen met Roberta: toen ze bij de wereldbol aankwamen, was de hemel donker en bewolkt, maar binnen enkele minuten trokken de wolken open en kwam de zon tevoorschijn. Een onverwacht moment dat een plek die al zoveel betekende nog bijzonderder maakte.
Van de plaatsen waar hij doorheen trok, nam Enrico landschappen, geuren en stiltes mee naar huis. Maar wat hem het meest raakte, was de gastvrijheid die hij onderweg ontmoette.
Meer dan eens kwam hij bij afgelegen woningen aan en vroeg hij gewoon of hij zijn tent in de tuin mocht opzetten. De mensen reageerden altijd gastvrij en zodra ze hoorden over het project “Una Pedalata per la Vita”, probeerden ze vaak op hun eigen manier bij te dragen: sommigen boden hem een kamer aan, anderen gaven hem een voordelig tarief en weer anderen staken gewoon een helpende hand toe.
Vandaag komt de emotie meteen terug wanneer hij opnieuw naar de foto’s kijkt of over zijn avontuur vertelt.
“Ik mis alles. Ik zou meteen opnieuw vertrekken. Daar heb ik mijn hart achtergelaten.”
Hij mist de weg, de landschappen, de onverwachte ontmoetingen en dat dagelijkse leven van kilometers in de buitenlucht. Thuiskomen betekende echter ook het herontdekken van de kleine geneugten die hij tijdens zijn reis had gemist: pizza, gnocco fritto en tigelle.
Nu de winter eraan komt, heeft Enrico besloten om het een tijdje rustiger aan te doen. Het idee om zijn reizen ooit te bundelen in een boek blijft in zijn achterhoofd, maar ondertussen is er alweer ruimte om na te denken over een volgende reis, misschien deze keer samen met een groep reisgenoten.
En nadat we samen met hem opnieuw bijna 6.000 kilometer van zijn reis hadden afgelegd, vroegen we hem welk advies hij wilde meegeven aan iedereen die zijn avontuur heeft gevolgd:
“Doe wat je voelt dat je wilt doen en wat je denkt te kunnen doen. Als je er echt in gelooft, kun je de uitdaging tot een goed einde brengen. Het is je hoofd dat je de kracht geeft om door te gaan. Je lichaam past zich aan. Je moet reageren, loslaten wat er gebeurd is en vooruitkijken.”
Voor zijn vertrek had hij zichzelf omschreven als “een gek”.
We vroegen hem of hij nog steeds achter die omschrijving stond. Hij glimlachte:
“Nog meer dan vroeger. Ik ben veel gekker.”
En nadat we het verhaal hebben gehoord van alles wat hij heeft meegemaakt, kunnen we hem alleen maar gelijk geven.
SHARE